Iedere aanvoer van dieren brengt risico’s mee. Bij import uit het buitenland komen daar ziekten bij die in Nederland (nog) niet voorkomen. Voorzichtigheid is dus geboden.
Waar het om gaat
In 2024 zijn er meer dan 100.000 schapen in Nederland geïmporteerd. In het land van herkomst worden de dieren gecontroleerd, maar een ziekte kan nog in de incubatietijd zitten. Fokdieren vormen een groter risico dan dieren die voor de slacht worden ingevoerd.
Op dit moment spelen in verschillende Europese landen besmettelijke dierziekten, zoals peste des petits ruminants (PPR), mond-en-klauwzeer, EHD, blauwtong en lumpy skin disease. Komen die ziekten naar Nederland, dan heeft dat grote gevolgen voor de diergezondheid en voor de export.
Wat kunt u doen?
- Zet geïmporteerde dieren altijd eerst in quarantaine.
- Ziet u verschijnselen van een ziekte? Neem dan direct contact op met uw dierenarts.
- Voor meer informatie kunt u terecht bij Royal GD of de NVWA.
Wat Platform KSG doet
Samen met de GD stelde Platform KSG een protocol op voor de import van fokschapen en -geiten. Het protocol wil de risico’s op een praktisch haalbare manier zo veel mogelijk beperken. Daarnaast is er een stappenplan voor wie een schaap uit het buitenland wil halen.
